Er breekt aan tijd aan van alléén mannen. Op de troon, bedoel ik dan. Ouderwets eigenlijk. En een gekke gewaarwording in deze tijd van gelijkheid en vrouwenquota, maar het is natuurlijk hoe monarchieën werken. Het idee was van oorsprong: God bepaalt wie er als eerst in de wieg geworpen wordt om de troon op te volgen. En daarmee ook: alleen vanuit daarboven kan worden besloten wanneer de troon wordt opgegeven. En: blijkbaar vond God dat alleen mannen de troon konden bestijgen, tenzij… Ténzij, het écht niet anders kon. Zo kon Mary II Stuart samen met onze stadhouder prins Willem III de Britse troon bestijgen, de enige koninklijke duobaan in de geschiedenis. En wat te denken van de illustere koningin Victoria? Of Wilhelmina en Juliana? Als enige kinderen kon er zo toch een dochter op de troon komen. Terwijl ze in Luxemburg streng waren en uitweken naar een zijtak, zodat er na Willem III geen Oranje-Nassau, maar een Nassau-Weilburg op de troon kwam. Of streng, kort daarna kregen ze hetzelfde probleem, maar kon het plotseling toch. Het feit dat koningin Margrethe een II achter haar naam draagt, duidt aan dat er ook een eerste was. Dat was niet haar grootmoeder, geboren als Britse prinses Margaret van Connaught, maar Margrethe I, die als zesjarige uitgehuwelijkt werd aan koning Haakon VI van Noorwegen, met wie ze op haar tiende trouwde. Uit nood, want er waren geen mannen en dus had ze eigenlijk meer de troon in bruikleen. Machtig was ze wel, want door de huwelijkspolitiek had ze zowel zeggenschap over de Deense als de Noorse en Zweedse troon, zij het vooral via haar zoon en neef. Precies zeshonderd jaar na de geboorte van Margrethe I in 1353, werd in 1953 in Denemarken een nieuwe wet op de troonsopvolging aangenomen: vrouwen kregen officieel het recht op de troon. Al zou pas in 2009 de aanpassing komen dat de eerstgeborene, ongeacht of het een jongetje of meisje zou zijn, daadwerkelijk de troon mag opvolgen. In Nederland gebeurde zo’n wijziging al in 1983, in Engeland in 2013. En in Spanje ‘moet’ dat nog steeds gebeuren, aangezien koning Felipe aangaf dat het parlement er geen haast bij hoefde te maken en hij het bij twee dochters zou houden. Voor Margrethe moest de weg in eigen land dus vrijgemaakt worden om haar vader na zijn dood te kunnen opvolgen. Zolang er geen mannelijke opvolger zou zijn, dan kon een vrouwelijke eventueel ook. En dat was maar goed ook, want haar ouders – koning Frederik IX en koningin Ingrid – hadden drie dochters. Die zijn naar ouderwetse maatstaven destijds goed terechtgekomen. Jongere zus Benedikte trouwde met het hoofd van de vorstelijke familie van Sayn-Wittgenstein-Berleburg, de jongste, Anne-Marie, trouwde met de toenmalige koning van Griekenland, Constantijn. Toen wisten ze natuurlijk niet dat die monarchie niet lang stand zou houden. Desondanks: drie vorstinnen, zij het op iedere hun eigen wijze. Na het overlijden van Benediktes man Richard – die nog aan Beatrix werd gekoppeld als bliksemafleider voor haar prille relatie met Claus – en na de val van de Griekse monarchie en vervolgens het overlijden van Anne-Marie’s man Constantijn een jaar geleden, zijn ze niet langer de first lady’s van hun vorstendom. En Margrethe stopt ook als staatsvrouw. Na het aftreden van onze koningin Beatrix en bijna tien jaar later de dood van koningin Elizabeth was koningin Margrethe van Denemarken ‘the last Queen standing’. De laatste vrouw aan het front. In heel Europa zitten dan mannen op de troon. In Engeland staan na Charles nog twee generaties mannen te wachten, in Denemarken zit na Frederik ook Christian in de wachtkamer. Maar de toekomst van koninklijk Europa ziet er ‘vrouwelijk’ uit: in Nederland, België, Spanje, Noorwegen en Zweden zit een generatie prinsessen, tieners en begin-twintigers, te wachten op hun lotsbestemming. En tot die tijd staan behalve Máxima en Mathilde ook Camilla, Letizia, Charlène, Maria-Teresa, Sonja en Silvia naast de troon hun mannetje. Voor wat vrouwelijk tegenwicht.

Reageer

Royal Insider